Vmbo'ers Heldring tweede op NK Debattoernooi

Mei 2019
De zilveren beker schittert op tafel. Het debatteam van Heldring College is tweede geworden op het NK vmbo Debattoernooi én uitgeroepen tot Beste Nieuwkomer. Debatteren is sinds dit jaar een nieuw onderdeel van het vak Nederlands.
Eindexamenleerlingen Jivika (16) en Luna (16) behoren tot de eerste leerlingen op Heldring College die les kregen in debatteren. In een reeks van zes lessen leerden zij zich voor een groep te presenteren, duidelijk voor of tegen een stelling te argumenteren en dat met overtuiging te brengen. En met succes: de meiden hebben niet alleen hun tentamen debatteren gehaald, ook werden zij met hun debatteam tweede van de 28 deelnemende scholen aan het NK vmbo Debattoernooi. Ze werden bovendien uitgeroepen tot Beste Nieuwkomer. Luna: “Door deze lessen heb ik geleerd op een goede manier te discussiëren, zonder ruzie te maken. Ik ging eerst uit van mijn eigen gevoel en nu leer ik mezelf in te leven in de mening van een ander.”
 


Debatteren kwam al enige jaren bij maatschappijleer aan bod. Nu maakt het ook onderdeel uit van het vak Nederlands op Heldring College. Sandor Stuut – docent Nederlands en techniek – en zijn collega van de parallelklas vmbo-tl, brachten veertig eindexamenleerlingen de eerste kneepjes van het debatteren bij. “In tegenstelling tot veel havo- en vwo-scholen, is debatteren op het vmbo nog niet zo vanzelfsprekend. Zonde, want het is juist een goede aanvulling op hun ontwikkeling. Vmbo-leerlingen hebben over het algemeen een minder goede woordenschat en leesvaardigheid. Dit kun je met debatteren verbeteren. Op deze manier motiveer je leerlingen op een interessante manier om sterker te worden in taal, maar ook in het bespreken van maatschappelijke thema’s. Ze leren onderzoek doen naar feiten en nieuwsbronnen, verbeteren sociale vaardigheden en versterken het zelfvertrouwen.”
 
Vakoverstijgend
Sandor Stuut en zijn collega volgen samen met docenten van vijf andere scholen een opleiding Debatteren bij het Nederlands Debat Instituut. Daarnaast werken ze aan een curriculum zodat debatteren uiteindelijk vanaf de brugklas tot het eindexamenjaar gegeven kan worden. “Debatteren is vakoverstijgend, het hoeft niet per se bij Nederlands of maatschappijleer aan bod te komen. Ook bij geschiedenis of economie kun je over stellingen discussiëren. Daarom willen we debatteren niet als apart vak, maar als onderdeel van verschillende vaklessen. Mijn collega en ik gaan de collega’s debattrainingen geven, zodat zij het in hun lessen kunnen verwerken. Ons doel is dat over drie jaar alle leerlingen over de hele schoolperiode veertig uur debatles krijgen.”
 
Zelfvertrouwen
Luna en Jivika zijn heel enthousiast over hun debatlessen, Jivika: “Ik heb veel geleerd van debatteren, ik was iemand die altijd aan de kant bleef zitten. Ik durfde niet voor de klas mijn mening te geven en mezelf te presenteren, dan werd ik zo zenuwachtig. Maar doordat we veel hebben geoefend en hebben geleerd dat je argumenten moet gebruiken, heb ik veel meer zelfvertrouwen gekregen.” Luna: “Ik vind het heel leuk om te doen. Discussiëren is uitdagend: je leert voor of tegen iets te zijn terwijl je het er zelf niet mee eens hoeft te zijn. Je leert je in te leven in een ander en in verschillende situaties. Door deze lessen heb ik nu minder ruzie, ik heb geleerd eerst na te denken. Ik weet dat iedereen zijn eigen mening mag hebben. Je hoeft het er alleen niet mee eens te zijn.”
 
Feitelijk argumenteren
Sandor Stuut herkent wat zijn leerlingen zeggen: “Luna, je wordt inderdaad veel minder snel boos. En je luistert beter naar anderen. Ja, bij debatteren leren ze zoveel meer dan alleen het versterken van hun taalvaardigheden. Bijvoorbeeld presenteren: hoe sta je voor een groep, hoe is je houding, stem, intonatie. En be the argument. Zorg dat je uitstraalt dat je zelf je argumenten gelooft. Beargumenteren: licht je argumenten toe en illustreer je verhaal met voorbeelden, die zijn het sterkst als ze uit eigen ervaringen komen.”
 
Voor of tegen
De leerlingen leren ook een discussie gestructureerd op te bouwen en argumenten te baseren op feiten. Luna: “Als je informatie opzoekt op internet, moet je goed naar de bronnen kijken. Wie is de afzender van het bericht? Is de informatie wel gebaseerd op feiten? Zijn de bronnen betrouwbaar?” Jivika: “En een debat heeft een structuur. Eerst vertel je een anekdote om de luisteraar nieuwsgierig te maken, dan licht je jouw voor- of tegenargument toe en geef je voorbeelden om uit te leggen waarom jouw stelling belangrijk is. Uiteindelijk rond je het af met een samenvatting van jouw argumenten. Soms is het best lastig hoor, zeker als je het ergens echt niet mee eens bent. Ik ben bijvoorbeeld heel erg voor vrouwenrechten, tegen zijn is dan best lastig.”
 
De lessen hebben hun vruchten afgeworpen. Niet alleen zijn de leerlingen enthousiast over het vak, tijdens het NK Debattoernooi heeft het team zich van zijn beste kant laten zien. Jivika: “We hadden een paar weken van te voren twee stellingen doorgekregen. De een was: 'Kindhuwelijken zijn gerechtvaardigd bij grote armoede in een gezin'. De ander: 'De overheid moet vrouwen na hun opleiding een bonus geven als ze fulltime gaan werken'. We hoorden pas tijdens het toernooi of we voor of tegen zouden zijn. Als ik het ergens echt niet mee eens ben, vind ik voor zijn wel lastig. Gelukkig was ons team voorstander.”
 
Overwinningsgevoel
Sandor Stuut: “Tijdens het NK staat een teamlid op, die geeft aan of de groep voor of tegen de stelling is. Vervolgens moet diegene binnen twee minuten drie argumenten geven en toelichten. Als beide partijen dat hebben gedaan, begint het groepsdebat. Afsluitend is er een slotbeurt waarin een teamlid nogmaals de argumenten samenvat.”
Jivika: “Bij de eerste stelling durfde ik niet het woord te nemen, maar bij de tweede stond ik direct op om de opening te doen. Daarna had ik echt een overwinningsgevoel. Ik was zo trots op mezelf, het gaf echt een wow-gevoel! Voortaan sta ik meteen op als ik mijn mening wil geven.” Sandor besluit: “De leerlingen uit de debatklassen zijn enorm gegroeid in het afgelopen jaar. Sommigen zeggen dat ze het niet kunnen en doen zichzelf dan versteld staan. Het is zo mooi om te zien dat leerlingen als Jivika en Luna zo trots op zichzelf zijn. Daar ben ik dan weer trots op.”


Tekst Sietske Arkenau
Fotografie Lou Wolfs