Zml-leerlingen op weg naar zelfstandigheid

Maart 2019
Een deel van de leerlingen van VSO Bernardus slaapt regelmatig in een trainingshuis. Van af en toe een weekend tot structureel twee weken per maand. Oefenen om uiteindelijk begeleid te gaan wonen.
De Bernardusschool in Den Haag is een school voor zeer moeilijk lerende kinderen. De leerlingen met een grote leerachterstand kunnen er vanaf hun vierde tot in principe hun achttiende terecht. De VSO-afdeling van de Bernardus telt op dit moment ruim vijftig leerlingen. “Al onze leerlingen hebben een verstandelijke beperking. Daarnaast hebben sommige leerlingen bijvoorbeeld autisme, het syndroom van Down of andere beperkingen”, vertelt Jolanda Verstraate, leraar-ondersteuner, die het vak Woontraining geeft aan de oudere leerlingen.
 


“Mijn leerlingen zijn allemaal pubers, maar cognitief en sociaal-emotioneel hebben ze een ontwikkelingsniveau vergelijkbaar met dat van basisschoolleerlingen uit groep drie tot en met zes”, zegt groepsleerkracht Karel Kikkert over zijn klas 2A. De A staat voor Arbeid. Bijna alle leerlingen uit 2A hebben arbeidsvermogen en kunnen na school (in een beschutte omgeving) werken. In tegenstelling tot het andere deel van de leerlingen, dat uiteindelijk zal uitstromen naar een dagbestedingsplek. “Naast de reguliere basisschoolvakken als rekenen, lezen, spelling, Engels en wereldoriëntatie, leren mijn leerlingen ook sociale vaardigheden die nodig zijn op onder meer een werkplek. Een gesprek met een klant in de supermarkt of een sociaal praatje met een collega in de kantine bijvoorbeeld. Ik let ook op persoonlijke hygiëne bij leerlingen. Dragen ze schone kleding, zijn ze goed gewassen, enzovoorts.”
 
Ouders ontlasten
Dat zijn vaardigheden die de leerlingen meekrijgen van de leerkracht, maar ook leren in een trainingshuis. Een plek waar een deel van de VSO-leerlingen wel eens verblijft. Kikkert: “Van mijn klas is dat wel de helft. De een gaat bijvoorbeeld in de weekenden, de ander verblijft structureel een week op en een week af in het trainingshuis of thuis. Ze gaan er naartoe om te leren hoe het is om uiteindelijk onder begeleiding te wonen. En soms ook omdat ouders even ontlast moeten worden van de zorg voor hun kind. In de tijd dat hun zoon of dochter in een trainingshuis verblijft, kunnen zij en eventuele broers en zussen weer opladen. Een andere reden kan zijn dat ouders het moeilijk vinden om te bepalen hoe zelfstandig hun kind uiteindelijk kan worden. Het verblijf in een trainingshuis kan helpen een betere inschatting te maken.”
 
Versterken sociale vaardigheden
Karel Kikkert: “De trainingshuizen werden vroeger logeerhuizen genoemd. Ze bieden onderdak aan acht jongeren. Onder begeleiding leren ze allerlei huishoudelijke taken zoals boodschappen doen, de afwas, koken en hun kamer opruimen. En er is aandacht voor persoonlijke hygiëne. In de gemeenschappelijke woonkamer kunnen ze samen spelletjes doen en versterken ze hun sociale vaardigheden. Ik zie dat leerlingen ervan groeien en zelfstandiger worden.” Jolanda Verstraate vult aan: “De meeste kinderen blijven uiteindelijk niet de rest van hun leven bij hun ouders wonen. Dit is een goede stap en een logische doorstroom naar een plek voor begeleid wonen.”



De school of klassenleerkracht is niet direct betrokken bij een eventuele keus voor een trainingshuis. Kikkert: “Als school informeren we ouders over het bestaan ervan. We hebben informatie over de verschillende mogelijkheden, maar dat is het. Wel bespreken de leerkrachten – met toestemming van de ouders – een keer per jaar het zorgplan van de leerling met de betrokken leerkrachten en de begeleiders die in het trainingshuis werken. Wat heeft een leerling nodig? Welke hulp werkt goed? Waar moeten we op letten? Ik geef leerlingen bijvoorbeeld huiswerk mee, een begeleider kan de leerlingen dan helpen met het maken ervan. Of we stemmen de regelmaat en tijdstip van medicatie af. Tussendoor bel ik ook af en toe met het trainingshuis, als de ouders het goed vinden natuurlijk, en geef dan informatie door die mij opvalt. Een leerling die zich na het sporten niet goed wast bijvoorbeeld, dan kan daarop gelet worden.”
 
Visite ontvangen
Het verblijf draagt bij aan een zo zelfstandig mogelijk bestaan voor de leerlingen van de Bernardusschool. Maar ook leerlingen die niet naar een trainingshuis gaan, krijgen hulp hierbij. Jolanda Verstraate: “In twee periodes van zes weken krijgen leerlingen uit de hoogste groepen woontraining in onze speciale woonkamer op school. Zij leren vaardigheden zoals je bed opmaken, schoonmaken en strijken. Maar zij leren ook hoe zij visite moeten ontvangen, iets te drinken aanbieden, koffie zetten, niet alleen wat voor jezelf pakken, enzovoorts. Dat aanleren gaat in opdrachten. Aan cognitief sterkere leerlingen vraag ik ook wat ze zelf graag willen leren voor als ze straks begeleid wonen. ‘Hoe moet ik ramen zemen en wat heb ik daarvoor nodig’, kan bijvoorbeeld een vraag zijn. Het is mooi om te zien hoe trots de leerlingen zijn als ze dit soort nieuwe dingen leren. Ze worden echt wat zelfstandiger.”

Tekst Sietske Arkenau
Fotografie Lou Wolfs