'Vaders zie ik vaak pas bij het adviesgesprek'

Juli 2018
In de 41 jaar dat Dick van Buren voor de klas staat op de Haagse Nutsschool Morgenstond, heeft hij ontelbaar veel oudergesprekken gevoerd. Die vier decennia heeft hij de populatie van de school compleet zien veranderen. En daarmee ook de gesprekken met ouders.
Het is Suikerfeest als Dick van Buren, leerkracht van groep 8, vertelt over zijn ervaringen met oudergesprekken. Hij heeft een rustige dag: “Van de twintig leerlingen in mijn klas, zijn er vandaag vijf aanwezig. De rest viert feest.” Het schetst een duidelijk beeld van de huidige schoolpopulatie. “Toen ik hier in 1977 begon - het was mijn eerste en tot nu toe enige baan als leerkracht - waren er amper niet-westerse kinderen. Vandaag de dag is het precies omgekeerd. Zo’n verandering gaat geleidelijk. Op een gegeven moment had de toename van het aantal moslimkinderen wel ook een aanzuigende werking. Tegelijkertijd bleven daardoor Nederlandse kinderen weg.”

Gebrekkig Nederlands
Dit heeft volgens de zeer ervaren leerkracht ook effect op de kwaliteit van de oudergesprekken. “Veel ouders spreken gebrekkig Nederlands, hebben een beperkte woordenschat en de algemene ontwikkeling is vaak laag. Je kunt minder de diepte in als je over de voortgang van hun kind wilt praten. Dat is lastig. Toen ik jaren geleden voor het eerst te maken kreeg met ouders die geen Nederlands spraken, maakte ik de beginnersfout om hun kind als tolk bij het gesprek te betrekken. Maar ik had natuurlijk geen idee van wat er werd gezegd”, lacht Van Buren. “Tegenwoordig nemen ouders die onvoldoende Nederlands spreken een familielid of een buurvrouw mee om te tolken. Dat vind ik wel vermoeiend. Zo’n gesprek verloopt niet soepel, je spreekt niet direct met de ouders en je weet niet of er goed wordt vertaald.”



Als leerkracht van groep 8 voert hij twee rapportgesprekken en een adviesgesprek, waarin het schoolniveau van de leerlingen voor de middelbare school wordt toegelicht. Van Buren: “Je ziet de ouders bijna niet op school en de vaders komen meestal pas in groep 8 langs als het om de ‘knikkers’ gaat: het gesprek over de vervolgopleiding. Die gesprekken houd ik samen met de leerkracht van groep 7 en we zijn goed voorbereid. Zeker vaders vinden vmbo-advies te laag, dat geeft geen aanzien. Maar ik laat me niet van mijn stuk brengen of intimideren. Ik ben consequent en zorg dat ik voor zo’n gesprek alles zwart-op-wit heb: rapporten, uitslagen van toetsen, ervaringen met gedrag, huiswerk, concentratie, enzovoorts. Door duidelijk te motiveren waarom hun kind bijvoorbeeld geen vwo’er maar een vmbo’er is, gaan ouders meestal in het advies mee. Bovendien, voor het argument ‘Ik weet zeker dat mijn kind beter kan’ sta ik niet open. Aan het begin van groep 8 organiseer ik een voorlichtingsavond waarin ik duidelijk maak hoe ouders hun kind kunnen ondersteunen om het beste uit zichzelf te halen en dat ik daar graag bij help. Zie ik echter geen inzet, dan hoeven ze aan het eind van het jaar niet met dat argument aan te komen.”

De grens
Over het algemeen lopen de gesprekken goed, Van Buren: “Kritisch gefundeerd mag, maar ouders moeten niet hun zin gaan doordrijven of fulmineren. Daar ligt bij mij echt de grens, op zo’n moment stop ik het gesprek. Het jammere is dat zo’n ‘vervelend’ gesprek lang blijft hangen en de negentien andere, die goed zijn gegaan, niet. Dit jaar, bijvoorbeeld, had ik een telefonisch gesprek met een moeder dat niet soepel liep. Zij vond dat haar dochter een hoger advies moest krijgen. We maakten een afspraak om daarover op school van gedachten te wisselen op een tijdstip dat haar het beste uitkwam. Uiteindelijk kwam ze niet opdagen en hoorde ik van haar dochter dat ze ziek was. Ik heb helaas niks meer van haar mogen vernemen. Dan ga ik er ook niet meer achteraan. Gelukkig komt dit niet veel voor en verlopen de gesprekken meestal in een positieve sfeer. Ouders serieus nemen is daarbij vanzelfsprekend. Vaak verloopt een gesprek soepeler door er ook wat humor in te stoppen.”

Ouderbetrokkenheid
Met de verandering van de leerlingpopulatie heeft meester Van Buren, want zo wordt hij genoemd, de betrokkenheid van de ouders zien afnemen. “Ik probeer dat zelf te stimuleren door dagelijks een verslag met gebeurtenissen en grappige opmerkingen van de kinderen op de schoolsite te plaatsen in de hoop ouders méér bij school te betrekken.  Of die gelezen worden, ik vraag het me af... Vanuit de medezeggenschapsraad vragen we ouders te helpen in de school en met activiteiten. Echter, voor de sportdag van groep 8 was geen enkele ouder bereid of in staat te helpen. En áls ouders komen helpen, spreken ze vaak slecht Nederlands.”
Ondanks de verandering, kijkt Dick van Buren niet uit naar z’n pensioen. “Dat is over twee jaar, maar ik sta nog met heel veel plezier voor de klas. Het enige jammere is dat de kinderen zoveel missen wanneer ouders zo weinig in de ontwikkeling van hun kind investeren. Maar ik ben nog elke dag gemotiveerd om van mijn leerlingen wereldburgers te maken.”

Tekst Sietske Arkenau
Fotografie Lou Wolfs