5 VRAGEN AAN...
Oktober 2017
Guido Paap, docent BV, KO en Moderne Media, Hogeschool Leiden
Wie ben je en wat doe je?
Ik geef les aan de Hogeschool Leiden aan studenten van de pabo en cursisten van de post-hbo Onderwijs en moderne media. Mijn vakgebied is Beeldende vormgeving & nieuwe media. Ik heb zelf de kunstacademie gedaan en de eerstegraads docentenopleiding aan de HKU. Ik heb een aantal jaar in het voortgezet onderwijs gewerkt en vervolgens de master Kunsteducatie afgerond aan de AHK. En nu alweer tien jaar in Leiden.
Wat wil je aankomend leerkrachten bijbrengen?
Het gaat mij om het leren van beeldtaal, kritisch kijken, zelf beelden maken en creatief zijn. Onafhankelijk van het medium. En dan bedoel ik echt creatief, dus authentieke oplossingen creëren voor een beeldend probleem. Leren kijken naar beeld is belangrijk, we leven in een beeldcultuur. 99 procent van het beeldmateriaal om ons heen is bewerkt. Door zelf beeld te manipuleren, leren studenten daar doorheen te kijken. Ze bewerken bijvoorbeeld een selfie in Photoshop en abstraheren deze steeds verder tot het portret onherkenbaar is en alleen de emotie - bijvoorbeeld verdriet - overblijft. Het mooie van moderne media is dat je meerdere versies kunt bewaren en dat je daardoor makkelijker durft te experimenteren. Je kunt altijd terug naar een vorige versie. Overigens mogen ze zo'n opdracht ook tekenen of schilderen hoor.
Waarom is dat belangrijk?
Leerkrachten leren kinderen vaak natekenen en knutselen, maar dat is geen creatief proces. Dan maak je iets na wat al bestaat. Als je alleen leert reproduceren, dan sla je dicht als je zelf een oplossing moet bedenken. Probleemoplossend vermogen is een belangrijke vaardigheid. Er verandert veel en snel tegenwoordig. Hoe flexibel kun je daar mee om gaan? Wat breng jij straks mee als ontwerper? Vanaf de eerste les zit het zoeken naar een beeldende oplossing in de opdrachten. Bijvoorbeeld ontwerp een toren waaraan je kunt zien dat dit het beste restaurant van Parijs is. Hoe maak je dat zichtbaar in de vorm van de toren?
Dus niet meer leren knippen en knutselen?
Voor zo'n opdracht kun je allerlei knutseltechnieken inzetten. Studenten leren nog steeds knippen, meten, papierstroken vouwen, enzovoort. Het technisch doel gaat alleen hand in hand met het beeldend doel. In de opdrachten die ik geef, houd ik rekening met de drie  verschillende werkprocessen: experimenteel, ontwerpend en ambachtelijk. Bijvoorbeeld een opdracht om racemonsters te maken van kosteloos materiaal en vervolgens aan de hand van een storyboard een stopmotion video van te maken.
Hoe kun je dat als leerkracht op school inzetten?
Ik bedenk nu even iets uit de losse pols. Veel leerkrachten geven na de vakantie een tekenopdracht in de klas: teken wat je op de vakantie hebt gedaan. Daar zit weinig uitdaging in, want alles is goed. En tekenen is wat mij betreft geen doel op zich. Interessanter is het als je op zoek gaat naar wat er in de vakantie is gebeurd. Je kan dat met foto's doen. Laat kinderen foto's meenemen. Wat is er gebeurd op het strand? Wat zie je niet op de foto's? Welke sfeer was er op de vakantie en hoe kun je die foto’s bewerken, zodat je die sfeer of gebeurtenis daadwerkelijk ziet?

Tekst Annemarie Breeve
Foto archief Guido Paap
EERDERE
5
VRAGEN AAN...